“Mijn thuis heeft de kleur van de hemel en ruikt naar de aarde”
Stemmen van gedwongen ontheemden en herinneringen uit Zuid-Libanon
"Een kleine helling met onderaan een grote melia-boom. Als je een stukje omhoog gaat, staat er een mispelboom met grote, heerlijke vruchten waar we altijd in klommen... Een klein, gezellig huisje met twee kamers, een keuken en een badkamer. Ik was er zo gelukkig."
Alsof ze een droomhuis beschrijft uit haar kindertijd, vertelt Warde* over haar woning in Deir Al Zahrani, in het gouvernement Nabatiyeh in Zuid-Libanon.
Toen de recente escalatie van de Israëlische oorlog in Libanon uitbrak, bleef Warde samen met haar man, zoon en drie dochters achttien dagen lang in haar huis, te midden van oorverdovende beschietingen en onafgebroken luchtaanvallen.
Pas toen Israëlische raketten vlak achter hun woning insloegen, met doden en gewonden tot gevolg, zag het gezin zich gedwongen te vluchten op zoek naar veiligheid.
Warde is een van de vrouwen die we ontmoetten in opvangcentra in Beiroet en Jiyeh, waar teams van AZG medische zorg verlenen via mobiele klinieken die werden ingezet als onderdeel van de noodhulp tijdens de oorlogsescalatie in Libanon.
Oorlog, ontheemding en opeenstapeling van leed
Op het hoogtepunt van de oorlog moesten meer dan een miljoen mensen in Libanon hun huizen verlaten. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) konden op 22 juli nog steeds meer dan 375.000 mensen niet terugkeren naar huis, of hadden ze eenvoudigweg geen woning meer om naar terug te keren.
Gedwongen ontheemden dragen de zware gevolgen van oorlog en ontheemding mee, gevolgen die veel verder gaan dan het verlies van een huis of een gevoel van stabiliteit.
Voor Walaa* had het geweld van Israëlische oorlogsvliegtuigen en de oorverdovende knallen ernstige gevolgen: ze kreeg een miskraam. Samen met haar man en twee kinderen vluchtte ze uit Mayfadoun, eveneens in het gouvernement Nabatiyeh.
"Het geluid van de gevechtsvliegtuigen was angstaanjagend," vertelt ze. "Hoe sterk je geloof ook is, tegen zulke angst ben je machteloos."
Walaa woonde vroeger met haar man Mohamad Ali* in het Syrische Jabal al-Sheikh (de Hermonberg), zijn geboorteplaats. In 2011 verhuisden ze naar Libanon om zich in het zuiden van het land te vestigen.
Ook voor Halime, die samen met haar man en dochter uit Qaaqaaiyet El Jisr vluchtte naar een openbare school in Beiroet, heeft de ontheemding een zware fysieke en psychologische tol geëist.
"Alles is hier moeilijk voor mij. Ik kan het niet aanvaarden. Ik heb zoveel stress opgebouwd dat ik bijna niet meer kan staan of lopen. Als ik van de grond wil opstaan, moet mijn man me overeind trekken. Ik ben naar de dokter gegaan en uit onderzoeken bleek dat mijn hele lichaam ontstekingen vertoont."
Kinderen dragen een dubbele last
Veel mensen die door de recente oorlog werden ontheemd, moesten meerdere keren vluchten omdat de Israëlische militaire aanvallen aanhielden, zelfs na het zogenaamde staakt-het-vuren dat in april werd aangekondigd.
Dat zorgde voor voortdurende onzekerheid en instabiliteit boven op de vele problemen waarmee ontheemde gezinnen al kampten: ontoereikende opvangomstandigheden, gebrekkige toegang tot water en sanitatie, verlies van inkomsten, financiële problemen en moeilijkheden bij het verkrijgen van gezondheidszorg.
Kinderen worden daarbij bijzonder hard getroffen. Naast de moeilijkheden die zij samen met hun families ervaren, wordt hun onderwijs onderbroken en raken ze losgerukt van hun vertrouwde omgeving.
Warde vertelt:
"Geen enkel kind heeft nog rust in zijn hoofd. Ze gaan soms even spelen in de sportclub, maar het grootste probleem is hun opleiding. Er is niets beschikbaar. Elk kind kampt nu met emotionele problemen en verdriet, met het gevoel: ‘Ik ben niet thuis.’ Er is geen toekomstperspectief."
Mohamad Ali en Walaa vertellen over de impact op hun dochter nadat haar beste vriendin omkwam bij een Israëlische luchtaanval:
"Onze dochter heeft daar psychisch enorm onder geleden en doet dat nog steeds. Ze stuurde haar vriendin berichtjes en zei: ‘Ik wil je komen bezoeken.’ Kort daarna werd haar huis gebombardeerd. Haar vriendin, haar moeder, tante en neven en nichten kwamen allemaal om. Sindsdien heeft onze dochter zowel lichamelijke als psychische problemen ontwikkeld."
Veel opvangcentra kampen bovendien met ernstige overbevolking en slechte hygiënische omstandigheden, waardoor bewoners nauwelijks privacy hebben.
Halime vertelt over haar dertienjarige dochter:
"Toen mijn dochter hier aankwam in de school, zei ze meteen dat ze hier niet wilde wonen. Maar uiteindelijk moest ze de realiteit onder ogen zien: ‘Liefje, er is geen huis meer. Op dit moment is deze school onze enige schuilplaats. Je zult het moeten accepteren.’ De eerste dagen waren erg zwaar voor haar. Daarna vond ze enigszins haar draai, maar nog steeds brengt ze het grootste deel van haar tijd op de kamer door."
Herinneringen aan thuis en de hoop op terugkeer
Nisrine werd verdreven uit haar woning in Seddiqine, in het district Tyrus. Toen het staakt-het-vuren werd aangekondigd, keerde ze terug, maar nieuwe Israëlische dreigementen tegen haar dorp dwongen haar opnieuw te vertrekken.
"Ik mis alles aan mijn huis. Alles, werkelijk alles. Tijdens de wapenstilstand gingen we terug en dachten we dat het voorbij was. Maar toen ik de verwoesting zag, besefte ik dat het een lange weg zou worden. Ik heb alles meegenomen wat ik nodig had: mouneh (ingemaakte seizoensproducten), olijfolie, aubergines op olie en mijn kruiden."
Begin juli, na een afname van de vijandelijkheden in Zuid-Libanon, kon Nisrine terugkeren naar haar dorp. Naar haar eigen huis terugkeren is echter nog altijd onmogelijk.
Sanaa, die samen met haar man Said naar Beiroet vluchtte, verloor haar woning in Hariss, Nabatiyeh. Het huis had eerdere periodes van geweld overleefd, maar deze keer niet.
"Wanneer zal ik weer op mijn bank kunnen zitten, in mijn keuken met een kop koffie naast me? Mijn hart breekt bij de gedachte dat we dat misschien nog lang niet zullen terugkrijgen. Als God het wil, blijven we leven tot het huis heropgebouwd is en ik die momenten opnieuw kan beleven. Het doet zo ontzettend veel pijn."
Haar man deelt datzelfde verlangen: "Ik wil gewoon weer op mijn eigen grond zitten. Ze hebben ons zoveel afgenomen dat ons dierbaar was. Dit is mijn thuis, en je thuis is als je eigen huid."
Hun dochter herinnert zich hoe de familie tijdens de wapenstilstand toch probeerde samen mooie momenten te beleven, zoals op Vaderdag.
"Ik zei: ‘We moeten opnieuw samenkomen zoals vroeger, ondanks alles.’ Ik wilde mijn ouders even terugbrengen naar de sfeer van vroeger. We kochten een taart, verzamelden de familie en vierden samen. Mijn vader zat toen in de badkamer en we verrasten hem toen hij naar buiten kwam. Hij was ziek geweest, had een beroerte gehad en tien dagen op intensieve zorg gelegen. Ik wilde hem opvrolijken met die verrassing."
Warde mist vooral haar tuin. Tijdens haar verblijf in het opvangcentrum kocht ze zelfs nieuwe bloemen en planten, in de hoop ze ooit weer mee naar huis te kunnen nemen.
"Ik hou ontzettend veel van bloemen. Ik heb een lange tuinpad dat helemaal vol staat met bloemen... rozen, brugmansia's, zomerbloeiers... Elke bloem heeft een naam en een verhaal. Ik verzorg ze alsof het mijn eigen kinderen zijn."
Warde verblijft nog steeds in Jiyeh, ver van haar dorp.
Ook Walaa verlangt intens naar haar terugkeer naar huis. In het opvangcentrum beschikt ze niet over een uitgeruste keuken en kan ze niet koken zoals vroeger.
"Ik hou ervan om te koken en gebak te maken. Het laatste gerecht dat ik maakte, waren wijnbladeren in olijfolie tijdens de wapenstilstand. Ik bakte ook ghraybeh-koekjes. Het doet pijn dat ik al zo lang geen maaltijd meer heb kunnen bereiden. Thuis aten we ’s avonds in de binnenplaats, onder de wijnranken. We zaten samen op de grond, op matrassen en tapijten."
Ondanks alle ontberingen van de ontheemding koestert Mohamad Ali toch enkele waardevolle herinneringen:
"Als er iets is dat we zullen meenemen uit deze periode, dan zijn het de goede mensen die we hebben ontmoet. De mensen die ons hielpen en verwelkomden. Zij zorgden ervoor dat we ons geen vreemden voelden."
* De namen zijn gewijzigd om de privacy van de betrokken personen te beschermen.
Warde*
Mohamad Ali* and Walaa*