Niet alleen de Verenigde Staten, maar ook andere traditionele donorlanden zoals het Verenigd Koninkrijk, Canada, Duitsland, Nederland en België voeren forse besparingen door op buitenlandse hulp. Dat veroorzaakt een domino-effect dat belangrijke internationale gezondheidsfondsen hard treft.
Zo kampt Gavi, de internationale organisatie die vaccinaties in armere landen ondersteunt, met een tekort van drie miljard dollar. Tijdens de recente herfinanciering haalde Gavi slechts 10 van de 13 miljard dollar op. Hierdoor dreigen vaccinatiecampagnes te worden teruggeschroefd, worden nieuwe vaccins trager ingevoerd en krijgen landen in crisissituaties minder ondersteuning.
Ook het Global Fund, dat wereldwijd strijdt tegen hiv, tuberculose en malaria, wordt zwaar geraakt. Het fonds verzamelde minder dan 11 miljard dollar, ver onder de gevraagde 18 miljard en zelfs minder dan in de vorige financieringsronde. Dit betekent dat middelen voor behandeling, diagnostiek en preventie ernstig onder druk komen te staan.
Voor landen waar Artsen Zonder Grenzen actief is, zoals de Centraal-Afrikaanse Republiek en de Democratische Republiek Congo, heeft dit directe gevolgen: minder toegang tot zorg, minder personeel, en een groter risico op nieuwe uitbraken en stijgende sterfte.